73 jaar, een boeiende geschiedenis.

        Het valt niet elke dag te beurt dat een vereniging 73 kaarsen mag uitblazen. Zeker niet als we weten dat wij spreken over een vrij beperkte groep neerhofdierenfanaten die de doelstellingen van een club enkele decennia verdedigd en verspreid hebben. De huidige maatstaving van de grondbeginselen in de kleinveesport zijn dan ook heel zeker te respecteren. Laat ons daarom even terug in de tijd gaan en enkele stappen in de geschiedenis door te lichten om een betere kijk op de aanpak van vandaag te krijgen. Op 23 april 1938 werd de club boven de doopvont gehouden in café Vlissinghe, in de Blekerstraat te Brugge. Enkele enthousiaste konijnenfokkers, of meer bepaald "angorafokkers" troffen er elkaar wekelijks in het café. In de oprichtingsakte van november 1938 staan de namen A.Vanwassenhove (voorzitter), Achiel Van Heyghen (ondervoorzitter) en secretaris K. Lanckriet vermeld. Uit de oprichtingsakte: "De vereniging zonder winstgevend doel streeft ernaar om de kleiveeteelt aan te moedigen en het behoud van diverse kleinveerassen voor de toekomst te verzekeren".

 

         Hugo Vrielvnck, journalist en wonende op een boogscheut van het café inspireerde de kleinveevrienden om een 'club' op te richten en hiervan een acte op te maken. Pas enkele jaren later vatte hij post in het bestuur van de "angoraclub-Brugge". Hij kan omschreven worden als de geestelijke vader en bezieler van de vereniging. Vrielynck schreef voor de "Vooruit" zijn kleinveeartikels en was tevens persattaché aan het kabinet van Achiel Van Acker. Achiel Van Heyghen was bijzonder onderlegd in de erfelijkheidsleer en wordt dan ook als de 'technische vader' van de Angoraclub omschreven. De club laat zich aansluiten bij het Provinciaal Verbond van Pluimveehouders en Konijnenfokkers van West-Vlaanderen. Vermeldenswaard is tevens dat bronnen spreken over een overkoepelende "Nationale Angoraclub", waarvan later Vrielynck het voorzitterschap zal waarnemen. In 1948 brengt hij een nationaal blad "VEREDELING", de "gids, uitgegeven door de Angorakwekers, voor de Angorakwekers"! Vrielynck maakte eveneens gedichten betreffende schapen, geiten en ander kleinvee. Dierenjournalist Jan Desmet publiceert in"Grasduinen, oktober 1984" volgende aantekeningen:

 

"De kweek van Angorakonijnen was rond 1940 erg populair. Dit langharig ras diende driemaandelijks geplukt. Op het hoogtepunt kon je voor een kilo angorawol 750 (19€) à 950 Bef (24€) opstrijken. De opkoper was een fabriekje uit Ronse dat er truien voor vrouwen en kinderen uit liet vervaardigen. Toen dit bedrijfje rond 1947 overschakelde op kunstvezels zakte de interesse voor de angorakweek. In de kleinveeteelt had en heb je mensen uit alle bevolkingslagen. Barons en kasteelheren behoren tot de grote familie angorafokkers! De beste fokkers zijn echter techniekers en ambachtslui zoals fietsherstellers, metselaars of garagehouders."

 

        Het is duidelijk dat bij de aanvang van de Angoraclub het commerciële aspect de bovenhand haalde. We kunnen spreken over een 'weelderige' liefhebberij, waarbij de club fungeerde als een soort prijszetter voor de wol. Door zijn contacten op diverse ministeries hield Hugo Vrielynck bijzonder goed statistieken bij over de verkoop, prijzen. import en export van de wol. Zo vermelden wij dat in 1940 in België nog 2.800 fokkers actief waren. In 1944 hielden 6.000 families het Angora -konijn op stal. Bekend is dat vooral het Duitse leger de wol tegen stevige vergoeding massaal opkocht voor de productie van "luchtmachtkledij". Bronnen spreken over een patrimonium van om en bij de 25.000 exemplaren in Belgenland. Na de Tweede Wereldoorlog en na de opkomst van de kunstvezel (import USA) telde ons land slechts 500 fokkers ! Op vandaag schatten wij het aantal liefhebbers "niet hoger dan 50". Om het verdwijnen van dit "pluchen konijn" tegen te gaan maakt de 66-jarige vereniging zich klaar om volgend jaar uit te pakken met een reeks ondersteunende promotiecampagnes. De vereniging drukt dan ook haar hoop uit dat zowel Provincie als de Vlaamse en/of de Federale regering oor heeft voor de redding van dit konijnenras !

 

        In 1939 organiseerde de vereniging reeds de eerste tafelkeuringen en een kleinveetentoonstelling in hun lokaal café "De Tijger", met als doel 'het verbeteren en in stand houden van kleinveerassen'. Van 1940 tot 1968 werden de activiteiten van de club en haar leden vooral gekenmerkt door het aanmoedigen, tentoonstellen en fokken van de hedendaagse mascotte "het ANGORAKONIJN". Vooral de aanlokkelijke prijs van de 'angorawol' bewoog menig fokker om geen rem te zetten op hun vrijetijdsbesteding. In 1951 speelde de Angoraclub "toneel". In het lokaal van de Coöperatieve in de Gouden Handstraat kenden zij bijzondere bijval. Onder impuls van Achiel Van Heyghen bouwde de vereniging intussen haar activiteiten uit en pakte uit met een nieuwe affiche (vanaf 1960) in de kleinveesport, namelijk "het tentoonstellen van gemengde kleinveeteelt".

 

Duiven, hoenders, cavia's, andere raskonijnen, park- en watervogels kregen plaats en aandacht op de jaarlijkse clubwedstrijd. Een nieuw tijdperk in de geschiedenis van de neerhofliefhebberij opende nieuwe deuren voor jong en oud. Van 1975 tot 1980 organiseerde de vereniging haar bijeenkomsten en tentoonstellingen in de kinderboerderij "de Zeven Torentjes" te Assebroek. In 1981 pakte de club uit met een impressionante tentoonstelling in het "Jagershof' te Sint-Andries. Tussen 1982 en 1995 bezochten menig liefbebber de heel verzorgde tentoonstellingen in de serres Maes, eveneens te Sint-Andries.

 

        Op 19 augustus 1986, middenin het tentoonstellingsweekend, overleed plots Achiel Van Heyghen. Yvan Franco en Rik Vanhooren sloegen de handen in elkaar en namen de taken op zich om de lopende show tot een goed einde te brengen. Tot 1997 zette Yvan Franco zich bijzonder in als voorzitter voor de club tot Rik Vanhooren de deuren opende in de Beurshalle voor het NATIONAAL KAMPIOENSCHAP en voor vernieuwing zorgde in de promotie van de huidige kleinveesport. "1996" staat ingeschreven in het geschiedenisboek van de vereniging als het jaar van de "VERNIEUWING" in de neerhofdierenliefhebberij. In de Beurshalle van Brugge pakten een groep dynamische bestuursleden uit met een PROMOTIE-TENTOONSTELLING dat vooral jongeren inspireerde en waarin ook het educatieve en natuurkundig aspect achter de hobby weerklank vonden. Het jaar erop kreeg de grootse inspanning gehoor. De Koninklijke Angora Kleinveeclub kondigde het 'Nationaal Kampioenschap voor Neerhofdieren 1997 aan! Fokkers, tentoonstellers en de duizenden bezoekers zette grote ogen voor Vlaanderens' indrukwekkendste dierenshow, ooit gepresenteerd. Dit jaar viert de vereniging haar 73-jarig bestaan. Niet alleen de clubleden delen in deze feeststemming. Ook de 'alternatieve' dierenhobbies zien promotiemogelijkheden door hun aanwezigheid op deze tentoonstelling.